DIJKSTERHUISLEZING 2011
Ratio en emotie
Op donderdag 31 maart 2011 was het weer zover: de Dijksterhuislezing stond op het programma. Ook dit keer was het zeer de moeite waard. Als thema was gekozen voor ratio en emotie en die tegenstelling leverde een stimulerende spanning op. Het zorgde voor drie zeer uiteenlopende lezingen met alle drie een eigen stijl en invulling van het thema.
De eerste lezing werd verzorgd door Meindert Fennema. Hij werd als waardevolle Fries ingeleid en zijn lezing zou gaan over ‘populisme als plebejische vorm van democratisering’. Dat populisme kwam er in de lezing wat bekaaid van af, interessant was het daarentegen wel. In grove streken gaf de spreker een overzicht van de democratisering van Nederland sinds 1848 en bovendien werd het tegenwoordige onbehagen van de burger verklaard. Volgens prof. dr. Fennema kwam dat onbehagen o.a. doordat allerlei beleidspunten nooit democratisch getoetst waren: de Europese samenwerking, de immigratiepolitiek, de Nederlandse Antillen en ook het koningshuis. Over geen van deze onderwerpen is het volk geraadpleegd. Dat zou het onbehagen en daarmee het tegenwoordige populisme kunnen verklaren. Een waardevol inzicht.
De tweede spreker was Marianne Joëls die vertelde over wat er in de hersenen gebeurde bij stress. Knap was dat ze een lekenpubliek in een technisch verhaal met soms wat Star Wars-achtige filmpjes wist uit te leggen dat door het besef van dreiging (=stress) hormonen in de onderdelen van de hersenen komen, die de werking van die onderdelen versterken. Aan de hand van testcases kon ze aannemelijk maken dat de Hippocampus, de Amygdala en de prefrontale schors beter functioneerden onder invloed van hormonen als adrenaline en cortisol. Technisch, maar goed te volgen. Kortom, een dijk van een lezing.
De laatste spreker was oud-leerling van de Willem II, Roland van der Vorst en ook hij had een heel eigen wijze van presenteren. In een haast cabareteske lezing, getiteld De kunst van het verheugen, legde hij de toehoorders uit hoe je nieuwsgierigheid kunt opwekken. Er zijn in zijn ogen vier strategieën: je kunt informatie achterhouden, je kunt heel suggestieve vragen stellen om mensen nieuwsgierig te maken, maar je kunt mensen ook prikkelen door zaken open te houden of juist de werkelijkheid verstoren. Vooral door zijn aanstekelijke manier van vertellen en door allerlei goedgekozen voorbeelden groeide deze lezing uit tot een aangenaam tijdverdrijf waardoor de tijd uit zicht raakte.
Iets later dan vooraf gepland verlieten de toehoorders het auditorium voor een drankje. Ondertussen werden de nieuw verworven inzichten besproken. Een prima einde van een geslaagde avond.
<P. Nuijten> |