Een 'geografische bril'
Bij aardrijkskunde bespreken we de aarde als woonplaats van de mens en de mens als bewoner van de aarde. Als aardrijkskundigen stellen we onszelf altijd een aantal vragen bij het onderzoeken/bespreken van een verschijnsel:
- Wat? (bijv. vulkanisme) - Waar? (Vesuvius bij Napels) - Waarom daar? (plaatgrenzen) - Waarom op deze wijze daar? (explosieve vulkaan vanwege taai magma)
Bij het vak aardrijkskunde maken we onderscheid tussen fysische aardrijkskunde, waarbij de natuur centraal staat en sociale aardrijkskunde, waarbij het handelen van de mens als uitgangspunt wordt genomen. Daarnaast is het leggen van verbanden tussen de bovenstaande deeldisciplines een belangrijk onderdeel van de ‘geografische bril’.
De benadering van het schoolvak aardrijkskunde gebeurt op twee manieren. Men kan kiezen voor een thematische benadering door een aardrijkskundig thema centraal te stellen bijv. vulkanisme. Het is ook mogelijk om alle aardrijkskundige verschijnselen binnen een afgebakende regio te onderzoeken/bespreken, dit noemt men de regionale benadering. Dit laatste zien we bijvoorbeeld terug in de bovenbouw van het vwo (Zuidoost- Azië) en de havo (Indonesië). |