| 1 |
Voor dansleerlingen geldt: over 11 vakken minstens 75 punten. Voor sportleerlingen geldt: over 13 vakken minstens 88 punten. |
| 2 |
Voor dansleerlingen geldt: over 11 vakken minstens 80 punten. Voor sportleerlingen geldt: over 13 vakken minstens 94 punten. |
| 3 |
Voor dansleerlingen geldt: over 11 vakken minstens 73 punten. Voor sportleerlingen geldt: over 13 vakken minstens 86 punten. |
| 4 |
Voor dansleerlingen geldt: over 11 vakken minstens 78 punten. Voor sportleerlingen geldt: over 13 vakken minstens 92 punten. |
| 5 |
Voor een bevordering naar 2 gymnasium wordt bovendien vooral gelet op de aanleg voor en de prestatie in de talen, op het tempo waarin de leerling kan werken en het verdere surplus aan mogelijkheden in de aanleg van de leerling. |
| 6 |
Als de prognose die bij het tweede rapport werd uitgesproken niet wordt waargemaakt bij het derde rapport, wordt altijd de mogelijkheid opengelaten om de eerste prognose toch uit te voeren. |
| 7 |
Conform het bovenstaande reglement wordt een leerling in de muzisch- en sportafdeling bevorderd naar muzischsport 2 (musp 2) met een vmbo, een havo of een vwo perspectief danwel een gemengd vmbo/havo of havo/vwo-perspectief. De leerlingen met een vmbo perspectief werken in klas 2 op basisniveau en de leerlingen met een havo of vwo perspectief werken in klas 2 op verrijkingsniveau. De leerlingen met een gemengd vmbo/havo perspectief werken in periode 1 van klas 2 voor 4 vakken op verrijking (voor alle andere vakken op basis): Nederlands, Engels, wiskunde en aardrijkskunde of geschiedenis. Na het eerste rapport gaat de leerling voor alle vakken verder op basis of verrijking. Deze keuze wordt gemaakt door de docentenvergadering. Een vmbo perspectief wordt aan het einde van de tweede klas definitief vastgesteld. Een havo- of vwo-perspectief wordt aan het einde van de derde klas definitief vastgesteld. |